Sweet Saturday

Het is zo´n zaterdag die bij uitstek oproept tot cocoonen. Ditmaal vallen er geen mussen van het dak, maar zoals de Engelsen het zo mooi beeldend verwoorden ´it´s raining cats and dogs´. Sinds ik ooit een boekenlegger onder ogen kreeg met daarop dit gezegde in woord en beeld, ben ik altijd wat op mijn hoede als ik door de regen moet. Mijn capuchon onttrekt veel van mijn omgeving aan het zicht, waardoor ik mij altijd op hoop van zegen door de buurt begeef. Intens dankbaar stap ik vervolgens levend en wel door de achterdeur mijn veilige haven binnen; weer niet verpletterd door een neerdenderende Garfield of een op de aarde afstormende Snoopy. Mijn kleine krullenbol is zich van geen gevaar bewust, althans, niet van dat wat van boven komt. Waar haar blik steevast aan de grond gekleefd lijkt of zich richt op vervaarlijk uitziende boomstammen, lekkere vogelhapjes op het strand en soortgenoten die aan ons huis voorbij trekken, sla ik mijn ogen steeds vaker op.

Vooral ’s avonds, zo rond half negen, wanneer vanaf grote schermen aan woonkamermuren een malle wereld huiskamers binnendringt, tuur ik omhoog. Door het vele licht waarmee ik omringd word is het vaak even speuren tot ik ze ontwaar. Prachtig sprankelende sterren schijnen mij vanuit de hemel geruststellend toe. Elke dag opnieuw. Hoe de dag ook was, hoe het morgen ook zal zijn, het koepeltje dat ik boven mij waarneem is van een standvastigheid waar je u tegen zegt. En als ik daar zo vooruit schuifel op mijn dagelijkse uitlaatrondje – dat meestal niet zo idyllisch is als het hier nu klinkt…; hondlief moet opgetild en meters van huis meegedragen voordat ze zelf een stap verzet, wil altijd de andere kant op dan ik, schiet links als ik denk rechts te gaan, vreet van de straat ik weet niet wat want het is te donker om te zien wat er allemaal ligt, maar dat terzijde – komt toch altijd weer de vraag op waar de andere levende wezens in het heelal zich ophouden.

Die vraag houdt mij al van kinds af aan bezig en het is niet de vraag óf er ander leven is, maar wáár en hóe dan. Ik zou het zo ontegenzeglijk onlogisch vinden als slechts enkel de aarde bewoond is in dat immense, immer uitdijende heelal. Met alle kennis die ik inmiddels heb van het niet aardse, het fijnstoffelijke, het voor de meesten van ons niet waarneembare, het ongrijpbare, multidimensionale vraag ik me af hoe ik zou reageren wanneer er daadwerkelijk een ander soort wezen voor mijn neus zou staan. Zou ik toch volledig in paniek raken? De tegenwoordigheid van geest hebben kalm te blijven en mijn nieuwsgierigheid te laten winnen van de angst? Zou ik bevriezen of vluchten? Doodsangsten uitstaan of me herinneren dat mijn bewustzijn altijd blijft, alles één is en uit dezelfde bron komt en bang zijn dus niet nodig is? Ergens ben ik er vreselijk nieuwsgierig naar als ik zo de hemel afspeur. Kunnen we omgaan en communiceren met wezens die wellicht een volslagen vreemd uiterlijk hebben, andere gewoontes en een vreemde energie? Of zijn we als mensheid die nieuwsgierigheid kwijt geraakt en staan we niet meer open voor het onbekende?

Ook ik betrap mezelf erop vaak star en vooringenomen op iets of iemand te reageren. Ik moet bewust stilstaan bij het feit dat hoe ik de wereld zie, míjn perceptie is, míjn gekleurde bril. Wanneer ik denk de waarheid in pacht te hebben, dien ik me te realiseren dat dat míjn waarheid is, gevormd door de ervaringen die in míjn (onder)bewustzijn liggen opgeslagen. Open staan voor wat een ander te vertellen heeft, het inzicht dat een ander meebrengt; het voelt wat ongemakkelijk soms, maar kan je leven zo verrijken. Even loskomen van je eigen perspectief geeft ruimte. Zelfs als dat betekent dat ik na zo heerlijk mijmer-rondje thuis in een aflevering van ‘Jane the Virgin’ wordt meegezogen. Ik heb de neiging me steeds meer tegen dat soort flauwekul te verzetten en dochterlief vooral ‘nuttige’ materie voor te schotelen. Maar dan herinner ik me weer dat ik zelf ook puber ben geweest… Hoe graag ik ook meer zou willen proeven van andere sferen en dimensies, ik leef nu eenmaal in een heel aards jasje in een heel aards leven, dus vooruit, kom maar op met die troep (en ja, betrapt, daar geniet ik zelf dus ook van)!

… y, z; de laatste letters zijn gezet

Het is oudjaarsdag, 2022. De mussen vallen van het dak, niet in de laatste plaats door de bijzonder hoge temperaturen (we schrijven 16 graden om 21.35 uur). Een vreemde gewaarwording, om in winterjas de straat op te gaan om hondlief nog een laatste plasje van dit jaar te laten doen, maar een warme föhn door je haren te voelen blazen. Al zwiepzwaaiend over straat (kenmerkend voor hoe onze wandelingen eruit zien, als met een dronkemans-loopje van de ene straathoek naar de andere zwierend) scan ik de donkere straat. Dochterlief rent rondjes met een dartel dier aan haar lijn en gelukkig komen we zonder een spoor van kruit, kleerscheuren of andere narigheid weer veilig onze tuin binnen. Want die mussen, die hadden – of eigenlijk hebben – het zwaar vandaag. En niet alleen zij; de een na de andere bom doet de grond onder onze voeten trillen, laat onze trommelvliezen klapperen en jaagt mijn hart een paar keer mijn borstkas uit. De hond van de buren ligt al twee dagen trillend in haar mandje. Van de keur aan baasjes die ik op zo’n dag tegenkom hoor ik taferelen van hond hele dag in wc, hond beneveld met cbd en hond compleet onder zeil met slaapmiddel. Het moet niet maller worden. En dan heb ik het niet over de hondenbaasjes…. (ook al is dat heus bijzonder volk en bij tijd en wijle bijzonder mal).

Ik was vandaag stiekem dus heel erg blij met de regen die als in een film via tuinslangen de hemel werd uitgespoten. Een bui betekende stilte, want geen enkele zichzelf respecterende munitie-werper gaat voor de lol nat staan worden met een lontje in zijn hand en een plastic bril op zijn neus. Die hij (of zij, vooruit) hoogstwaarschijnlijk niet eens gebruikt/draagt bedenk ik me terwijl ik dit schrijf. Anyway, ik vond die natte bende dus niet zo’n punt. Met mijn koekblikje om mij heen kwam ik keurig droog aan bij het verzorgingshuis waar de bewoners op mijn voorleeskunsten zaten te wachten. Of niet, want al deze lieve mensen hebben het flink te stellen met hun bovenkamer. Niettemin werd het een heerlijk uurtje. We zonken terug in de tijd. De tijd van bruine bonensoep, van kinderen die door moeders voor een krop sla naar de volkstuin werden gestuurd. De tijd van bezems en meer van dat soort stekkerloze hulpmiddelen. De tijd van roodborstjes die tegen ramen tikken en de Elfstedentocht rijden in heel gewone kleding, maar net niet meer op Friese doorlopers. Ik werd meegenomen naar bijna honderd jaar terug en hing aan de lippen van de steeds enthousiaster vertellende bewoners, mijn boeken naar de achtergrond geschoven. Ik werd met applaus bedankt voor mijn activiteit, maar eerlijk gezegd weet ik niet wie er meer genoten heeft!

En hier zit ik dan, inmiddels is het 22.08 uur en beginnen mijn oogleden wat te zakken en mijn typkunst wat te haperen. Slapend het nieuwe jaar inglijden zit er vermoedelijk niet in, gezien het enthousiasme waarmee de vuurwerkliefhebber zich dit jaar naar de winkel heeft begeven. Ik zal de enige niet zijn die het prachtig vind om naar te kijken, maar voor wie een vuurwerkverbod toch de voorkeur heeft. Als we het hebben over klimaat, vervuiling, energie, gezondheid, (dieren)welzijn, bezinning, bezuiniging, dan moet de keuze niet zo moeilijk zijn lijkt me. Heb een fijne jaarwisseling en tot in het nieuwe jaar!

Xmas

Met het vorderen van het alfabet ondervind ik de nodige obstakels als het op deze stukjes aankomt. Hetzelfde euvel doet zich voor als dochterlief en ik onderweg ons favoriete autospelletje spelen; zinnen maken op volgorde van het alfabet. Tijdens ons ritje naar de paarden hoor je gerust het volgende: ‘Als bananen cola drinken, eten fruitvliegjes ganache’. Of ‘Acht blauwe clowns dartelen erg fier’. Die eerste zinnen gaan ons gemakkelijk af, net als het vervolg; ‘Hotels in Jutland koken langdurig met natte oude pannenlappen’. Of wat dacht je van ‘Gelukkig hebben inspirerende jurken kale lichtgevende manchetten naast openhangende panty’s’. Het is soms oppassen dat we de afslag niet missen, zo fanatiek gaan we op in onze eigen woordvindkunst. Heerlijk. Maar ja, dan komt daar de Q. Standaard volgt daarop mijn – zeer valse – ‘Q, en Q, quhuuhuu, Q en Q’. Dat is één keer grappig, misschien twee, maar dan kan ik er zelf ook niet meer om gniffelen. Volgens vast recept schakelen we dan door naar heel veel quasi grappige zinsneden; ‘Quasi roestige strijkijzers tikken uren verder’. Of ‘Quasi ruziënde stratenmakers trekken uiensoep van wratten’. Een enkele keer komt Quint langs, of een quintet of quartzhorloge. Bij heel hoge uitzondering en grote helderheid in de bovenkamer zou je quotum kunnen horen vallen. Maar reken er maar niet op.

Tot dusver obstakel 1, dat gelukkig met groot gemak gevolgd wordt door rete strakke tekst uit vrije woorden. Maar dan dienen obstakels 2, 3 en 4 zich onverbiddelijk aan! We ploeteren wat af om van XYZ meer dan chocoladeletters te maken. Xenos? Xandra? Inspiratieloos – of eigenlijk, woordenarm – stokt ons spel. Ziehier dus ook mijn geworstel op deze plek. Bijna drie maanden lang zat ik op slot, mijn brein zo vast als een hamer in beton, geen beweging in te krijgen. Komt tijd, komt raad zegt men toch? Ach, het is toch elke keer weer waar. Al is het maar omdat hier doorgaans Sky Radio aanstaat en daar vanzelf de hints richting een bepaald seizoen langskomen. En anders is het wel dochterlief die tussen neus en lippen door vraagt het tijd is om Love Actually te kijken. En mocht het kwartje dan nog steeds niet gevallen zijn, hoef ik me maar naar een willekeurige winkel te begeven en er is geen houden meer aan; HET IS BIJNA KERST!!! Hè hè, het hoge woord is eruit, de X is gered.

De hoogste tijd om weer gewoon te gaan doen en te schrijven over wat me echt bezighoudt. Zo bezocht ik tijdens het ‘kado-uurtje’ van de eerste wintertijddag de tentoonstelling De nieuwe vrouw in Singer Laren. En wat een kado was dat uitstapje in al haar facetten; in de zon door een schitterend landschap rijden, als een van de eerste bezoekers naar binnen, in stilte dwalend langs prachtig, indringend, uitdagend en puur vrouwelijk schoon. Vooral het zelfportret van Ina van Zyl zoog me naar binnen. Het was alsof ik recht in haar ziel keek. Weglopend van het schilderij voelde het alsof ik via een onzichtbaar koord met haar verbonden bleef. Dat gevoel ken ik inmiddels wel; het is mijn kompas, mijn richtingaanwijzer, mijn leidraad, mijn ‘volg je gevoel’-gevoel. Dat betekende voor de rest van de tentoonstelling helaas dat ik er niet zoveel oog meer voor had, niet echt oprechte belangstelling meer voor op kon brengen. Maar is dat erg? Wat mij betreft niet. Kunst is er in zoveel soorten en maten en wat je raakt raakt je, punt.

Dat heerlijke onderbuikgevoel van geraakt en daarmee ook geïnspireerd zijn, reed met me mee naar huis en bleef de rest van de dag bij me. Het resulteerde in een heerlijke dag waarvan ik er de laatste maanden nog niet zoveel had gehad. De grote stofwolk waarin ik in de zomer terechtkwam, lijkt voor een groot deel neergedaald. Ik zie de schitteringen niet alleen weer, ik voel ze nu ook. Ik creëer ze, ik proef ze, ik bewonder ze. Want de echt magische kunstenares hier in Huize Van Vliet is dochterlief.

Wisdom

Everything happens for a reason. That reason might not always be clear instantly, but with time often comes the answer. For instance this blog; the W was waiting patiently for me to find my topic ánd the right song matching the topic. At waking up yesterday, the perfect song was playing in my head, leaving a big smile on my face; after last weeks retreat the words just came to mind, no thinking, fretting, wondering or brooding necessary! This example might seem to be a very, very simple thing and not comparible to a depression, desease, loss or other dismay, but it works the same though.

It’s all about wisdom and learning to recognize the wisdom within you. With your head you can acquire lots of knowledge, your brain helps you understand certain principles, but when it comes down to really knowing, the answers are found in your heart. The English speaking people already knew that when they designed their language; when you really have to be able to recall certain knowledge, to really know, they say that you learn something by heart. It makes me wonder why we then, the Dutch speaking people, say we learn something from the head…

In this day and age most of us haven’t learned that wisdom stems from the heart. We learn that science has all the answers and if something isn’t proven scientifically, it doesn’t exist. We’re also told that wisdom is something that comes with age. And however that may be true at some level – it takes a lot of us a few decades into life to uravel the mystery of their being – pure wisdom is what you are born with; it is the wisdom of the heart.

If you work with young children or have them in your family, you know that a four year old is already a very complete and wise human being. Children are able to express their feelings, their needs, their thoughts from an intuitive source. They just start singing the song that comes to mind, just like the boy in my Kindergarten group many years ago that sang to his class about his kitten and it’s adventures. Or like the girl that fell asleep in the doll’s area, tired as she was of all the new impressions, not for one bit ashamed or hesitant to just lay down.

Last week I’ve seen a lot of people finding and expressing their wisdom. They dared to let their guard down, to just express what they needed, to let other people comfort, caress and love them. To feel what was inside, holding them back for years, making them ill or lonely. Wisdom is not only for the old, grey man on the mountain. It takes some courage, but if you are able to open your heart, really open it and let love overflow and take hold of you, you’ll find all wisdom you need is inside you already.

Wisdom therefore to me isn’t about knowledge of some scientific invention, it is not about knowing many languages or reading many books (although I’ll never stop reading…;-)). It is not about needing to know your purpose. It is about knowing who you are and what you need. It is about feeling it. It is about learning to express your needs, being in touch with them and creating the safest space possible for you.

So instead of asking your partner, mother, friend, father, child or colleague to love you more, start with loving yourself just a little bit more each day. I’ll do the same; I’ll love me just a little bit more.

Verlichting

Jaren geleden, tijdens een Pinksterkampeertripje, hoorde ik voor het eerst van Reiki. Niet in een naar wierook geurende praktijk waar je je vaak direct in Oosterse sferen waant, maar gewoon, simpel op het Hollandse platteland. Op Texel welteverstaan, bij de boer waar we kampeerden. Mijn moeder onderging er een behandeling, maar mijn puberbrein was – jammer genoeg vind ik nu, en tegelijkertijd zeer begrijpelijk als je ook maar iets van pubers weet – totaal niet geïnteresseerd in wat Reiki inhield. Ik had dus geen idee. En zelfs na het lezen van diverse jaargangen Happinez, luisteren naar podcasts, het ondergaan van een behandeling én het geven van mijn eerste eigen sessie, kon ik de essentie nog niet plaatsen. Tot een avond kort geleden.

Tijdens de terugkomavond van mijn allereerste Reiki-cursus, mag ik door het oneven aantal in de groep oefenen op de Reiki meester. Hoewel ik daar een beetje van schrik, kan ik onmogelijk zeggen dat dit totaal onverwacht is, want de nacht ervoor heb ik er levensecht over gedroomd. Toch voelt het ongemakkelijk, begint mijn brein tegen te sputteren en alle mogelijke dwarsbomen op te werpen en denk ik vooral ‘wat als er niks gebeurt…’. Ik weet deze gedachten van me af te schudden, probeer zo goed mogelijk in mijn lichaam te zakken en laat me door de verschillende stappen heen loodsen. Onder mijn handen voel ik mijn ‘oefenpersoon’ ontspannen, wat alvast één duwtje richting zelfvertrouwen is en bij elk belletje dat een volgende positie aankondigt, zit ik er beter in. Ik probeer zo goed mogelijk te voelen wat er tussen mijn handen te ervaren is. Voel ik een grens tot waar ik mag gaan? Voel ik de energie stromen en hoe voelt dat dan eigenlijk? Door de volledige focus op mijn handen, verdwijnt de gedachtestroom naar de achtergrond en begin ik te ervaren. Tintelende handpalmen, als zachte elvenvoetjes die er een dansje op doen. Een energieveld als een golvende zeepbel tussen mijn hand en het lichaam voor mij. Een magnetische druk die duidelijk maakt waar mijn handen moeten zijn. Het is magisch…

Terwijl we napraten over hoe we het beiden ervaren hebben, hoor ik hoe er verlichting werd ervaren tijdens het aanraken van het keelchakra en het hartchakra, ofwel het vierde en vijfde chakra. Deze chakra’s staan voor je creatieve identiteit, het jezelf uiten en je sociale identiteit. Alle zeven chakra’s in je lichaam vertegenwoordigen zo een aspect van het leven. Middels Reiki kun je de energiestroom die door de chakra’s gaat ten gunste beïnvloeden en blokkades die er ervaren worden wegnemen. Zo kun je een divers scala aan klachten verlichten, dan wel helemaal wegnemen.

Als je de verschillende definities van het woord verlichting naast elkaar zet, zijn er veel overeenkomsten en passen ze naadloos bij elkaar. Het verlichten van de duisternis bijvoorbeeld; zowel in heel letterlijke zin door een lampje aan te steken, als in mystieke zin (hereniging met het goddelijke) en rationele zin (verlossing van bijgeloof en onwetendheid). Het verlichten en daarmee minder zwaar maken van lasten, klachten, druk, pijn, ongemak. Of zoals Neal Donald Walsh het mooi zegt:

`Verlichting is begrijpen dat je nergens naartoe hoeft, niets hoeft te doen en niemand hoeft te zijn, behalve de exacte persoon die je op dit moment bent`

Ik weet inmiddels vanuit theoretisch/wetenschappelijk oogpunt een beetje hoe energie werkt en hoe werken met energie dus inderdaad genezend kan werken. Toch blijft het iets ongrijpbaars (is het natuurlijk letterlijk ook) en ben ik dankbaar dat ik mag ervaren wat een prachtige tools wij als mens bezitten en wat een mooie dingen we daarmee mogen en kúnnen doen. En werkelijk iedereen kan het! Het zijn aangeboren vermogens waar je misschien met een zaklampje naar moet speuren om ze bij jezelf te vinden, maar knip dat lampje maar eens aan en ga op zoek…

Wil je ook een keer ervaren wat Reiki voor jou kan doen? Stuur me een bericht, dan maken we een afspraak!

Uitdaging

Ik heb van jongs af aan al een gekke, meestal niet bijzonder goed slagende gewoonte: ik knip mijn eigen pony. De eerste keer dat ik de schaar erbij pakte zal ik een jaar of vijftien geweest zijn. Mijn moeder was in het bezit van een echte kappersschaar, dus thuisknippen was een optie. Ik maakte mijn haar keurig nat, zoals de kapper dat ook altijd deed. Ik haalde de plukken die ik tot pony wilde omtoveren naar voren en hield ze lok voor lok tussen mijn vingers geklemd. De schaar knerpte er scherp doorheen en binnen no time was mijn nieuwe coupe geboren!

Ik had de haren keurig afgeknipt tot ze de bovenrand van mijn wenkbrauwen raakten. Tevreden keek ik mijn spiegelbeeld aan en haalde de föhn erbij om de pony te drogen. Een beetje bollen met de borstel, nog wat mousse en lak erin en voilà! Vol verwachting keek ik weer in de spiegel om mijn nieuwe zelf te bewonderen. Maar wat een afschuwelijk beeld gaapte mij aan; de pony die eerder nog zo perfect de kromming van mijn wenkbrauwen volgde, liep nu als een golf over het midden van mijn voorhoofd….

Als je dit soort fratsen als kleuter uithaalt, wordt er smakelijk om gelachen. Als puber doe je in zo’n situatie niets liever dan door de grond zakken. Of je een paar weken onder de dekens verstoppen, emigreren of een poosje onder een onzichtbaarheidsmantel rondlopen. Gelukkig beleefde ik mijn pubertijd eind jaren tachtig/begin negentig en de kuif was hipper dan hip! Haren touperen dan maar, bus lak erover en ik kon me weer vertonen.

Helaas voor mezelf heb ik dit bedroevende staaltje amateuristisch kappertje spelen nog meerdere keren herhaald. Het gezegde van die ezel en die steen daarmee flink om zeep helpend… Wonderlijk genoeg bleef dochterlief keurig zitten toen ik twee jaar geleden haar haren te lijf ging met de van nieuwheid blinkende schaar. De Youtube-filmpjes die op dat moment razend populair waren bij al die nieuwbakken thuiskappers, sloeg ik gemakshalve over. Uit de losse pols draaide ik wat lokken omhoog en zette ze vast met echte kappersklemmen. Laag voor laag ontdeed ik de prachtige bruine haren zo van hun dode punten. Qua lengte kon ik gelukkig een potje breken en doordat haar haar niet zo genadeloos steil is als het mijne, kon ook de waterpas in de schuur blijven. Blijkbaar slaagde ik nu wel, want ik mocht blijven knippen. En ja, als het dan op een mensenkind best aardig slaagt, moet het op een hondenbaby toch zeker ook lukken?

Die uitdaging ben ik maar niet aangegaan. Dit droppie gaat keurig naar de hondenkapper voor een sjiek-de-friemel nieuw kapsel. Alhoewel, als ik heel eerlijk ben, ging er aan de eerste trimbeurt tóch een klein experimentje met mijn eigen schaartje aan vooraf… Het wordt hoog tijd voor wat meer passende uitdagingen!

True Colors

Zo’n drie jaar geleden ging ik als een verzopen katje zitten in het warme, knusse café van Kunsthal KAdE in Amersfoort. Het was een grauwe, gure, grijze dag en de wind en regen joegen door regenjassen heen en onder paraplu´s door. Bitterkoud en wat was ik blij toen we na ons wandelingetje vanaf het station het museum bereikten. Dochterlief leverde ik net zo verzopen maar opgetogen af bij een college vanuit Museum Jeugd Universiteit (Yeah, Kunst = Leren = Input = blij brein), waarna mij een heel uur in mijn eentje gegeven was. Wat een kado…

De behaaglijkheid van een verwarmde ruimte viel als een zachte deken om me heen, al overweldigde het gekakel in het café me wel. Maar, even diep ademhalen, schouders ontspannen en een tafeltje in een hoekje maakten dat ik intens genoot van mijn kop thee en schaal met nootjes, olijven en ander lekkers.

Foto door Ron Lach op Pexels.com

Mijn voornemen was nu eens echt tijd te nemen om te gaan schrijven en dus haalde ik mijn nieuwe, nog ongeopende notitieboekje uit mijn tas en bracht er een alfabet in aan. Om de zoveel pagina’s een nieuwe letter, waar ik dan vervolgens naar hartenlust kon brainstormen, krassen en strepen, mindmappen en echte stukjes schrijven. Braaf begon ik bij de A en probeerde bijpassende titels van liedjes uit de krochten van mijn geheugen op te diepen. Op zich niet zo moeilijk, maar Ademnood of Alle duiven op de dam waren niet de invalshoeken waar ik op door wilde associëren.

Terwijl ik voelde dat ik vastliep en het enthousiasme uit elke vezel van mijn lijf weggleed, keek ik het café rond en nam de mensen in me op. Ik zag een keur aan verschillen. Verschillen in uiterlijk, in karakter, in gedrag, in stemgeluid, in eet- en drinkvoorkeuren. Mannen, vrouwen, jong, oud. Waarschijnlijk niet een heel representatieve weergave van de samenleving, maar divers genoeg om me iets te laten zien. Om dat ‘iets’ wat helderder op de voorgrond van mijn gedachten te brengen, klonk ineens True Colors in de uitvoering van Eva Cassidy door de ruimte. Een lied dat ik natuurlijk al honderden keren had gehoord, maar ik denk dat ik nog nooit echt goed naar de tekst had geluisterd. Dat lukte nu natuurlijk ook niet – teveel gepraat, te weinig zitplekken en dus onbekenden aan mijn tafeltje erbij – maar bij de T krabbelde ik snel de titel van dit indringende lied.

Terwijl ik mijn telefoon tevoorschijn haalde om de songtekst op te zoeken, wisselde het onbekende gezelschap aan mijn tafel. Twee oudere dames maakten plaats voor een vrouw van mijn leeftijd. Ik had haar bij het wegbrengen van dochterlief ook al even gespot, dus ik wist dat ze waarschijnlijk net zo lang als ik aan dit tafeltje zou blijven zitten. Mijn poging om het te laten lijken of ik echt heel druk aan het schrijven was, strandde jammerlijk. Waarschijnlijk verraadde mijn eigen aura mijn nieuwsgierigheid naar wie er bij me neer was gestreken en anders was het wel haar onrustige heen en weer geschuif dat me haar kant op deed kijken. Dat was blijkbaar precies wat ze nodig had (en ik misschien ook wel). Binnen no time hadden we een gesprek over het opvoeden van onze hoogbegaafde, hooggevoelige kinderen. Geen sinecure, toen niet, nu niet, nooit niet.

Foto door Sharon McCutcheon op Pexels.com

Aangezien ik – as we speak – om mijn eigen hete brij, mijn eigen True Colors, aan het heen draaien ben – de mooie, zachte, lichte, sprankelende aankijkend en aan de wereld tonend, de felle, pittige, confronterende, rebellerende slechts een glimpje daglicht gunnend – vlucht ik even naar haar website, waarvan ze het adres destijds achterin mijn notitieboekje schreef. Een glimlach kruipt vanuit mijn gefrustreerde onderbuik naar boven. Serendipiteit is nooit ver weg. Wetend dat ik nu even nodig heb wat daar voor mijn neus op het scherm staat, neem ik de volgende zin goed in me op:

“Veelal is het gedrag wat er gezien wordt een uiting van een onvervulde behoefte waar het kind geen uiting aan kan geven. … Wat heeft het kind nodig om weer te kunnen groeien, zichzelf te uiten en vooral zichzelf te kunnen zijn in contact met de samenleving?”

En ook al zit mijn frustratie nu niet per se op het opvoedvlak, de woorden helpen me toch om weer met een andere blik naar mijn allerliefste puber te kijken en meer rust en gezelligheid in de tent te brengen. Maar, denk ik bij mezelf, bovenstaande gaat niet alleen op voor kinderen. Welke behoeften liggen er onder mijn gedrag, onder mijn frustraties? Wat heb ik eigenlijk nodig om volledig mezelf te zijn? Je ware kleuren ((h)er)kennen, ze in hun volledige pracht kunnen en durven aanschouwen is soms een parcours vol hobbels en mooie vergezichten. Het is de geijkte ‘midlife crisis’ die veel mensen op hun pad treffen. Voor hoogbegaafden geldt dit nog eens extra aangezien ze zo weinig spiegeltjes in hun leven tegen komen. Gelukkig komen er zo nu en dan als uit het niks van die prachtige spiegels op mijn pad. Ik ben ze intens dankbaar. Mijn kleuren worden feller, hun betekenis duidelijker. Ze aan de buitenwereld tonen doe ik stap voor stap.

Sparks of Joy!

Mijn grootste en belangrijkste voornemen voor dit jaar (en eigenlijk voor alle jaren die nog volgen) is om het goede te zien. In elke situatie, of die nou van zichzelf al als heel leuk, fantastisch, mooi of geweldig bestempeld wordt, of dat het een toestand betreft waarvan anderen blij zijn dat het hen niet betreft. In elk mens, of ik die nou toch al aardig en lief vind, of dat het iemand betreft met wie ik het nergens over eens kan zijn (wat elkaar overigens niet per se helemaal uitsluit…). In elke plek, of die nou door haar schoonheid een van de meest gekiekte plekjes ter wereld is, of zo troosteloos dat je er nog niet dood gevonden wilt worden. In alles en iedereen zit goedheid. Mooiheid, liefde, aandacht.

Foto door Eva Elijas op Pexels.com

Aangezien een tweede voornemen is om me minder bezig te houden met de grote boze wereld met zijn malle fratsen, speelt mijn lichtpuntjes-zoektocht zich vooral af op een vierkante kilometer. Soms iets meer, want het waanzinnige uitzicht vanuit mijn woonkamer (algauw goed voor een dikke 10+!) biedt me een schat van zo’n tien vierkante kilometer aan water, watervogels, vogels in de lucht, lichtjes aan de overkant, boten, wandelaars, fietsers, honden, kinderpret en Picnic-wagentjes. Die laatsten brengen ontzettend veel Joy! De koddige karretjes hobbelen de straat door, gevuld met rode kratjes en blozende chauffeurs. Telkens als zo’n speelgoedwagentje een bocht doorkomt, wacht ik met ingehouden adem af of hij overeind blijft. Als ik mijn dankbaarheid weer uitadem, kijk ik hem vertederd na.

Door elke dag stil te staan bij wat er nou eigenlijk allemaal goed is in mijn leven, breng ik steeds meer tijd door in een staat van dankbaarheid, blijheid en ‘Joy‘. De dartele, spelende eekhoorntjes op zondagochtend in het park, een hondenneusje vol met zand na een dolle racepartij op het strand, zelfgemaakte warme chocolademelk en homemade pizza op de bank, oude seizoenen van Wie is de mol?, mijn dochters (ja, één menselijk en één dierlijk, ik weet het, maar dat boeit niet want opvoeden is ouderschap en dus ben ik toch echt twee keer moeder) samen slapend op de bank; dat alles vult mijn hart met zo’n vreugde dat ik er continu uit kan tappen als uit een oneindige waterbron. Dat is in eerste instantie fijn voor mezelf; door vaker en langer op een hoge frequentiegolf te verblijven, raken mijn hart en hersens in een coherentere staat en kunnen ze simpelweg hun werk beter doen. En daarmee verbeteren o.a. mijn humeur en mijn gezondheid. Maar dit effect straalt ook uit naar anderen; doordat het hart een gigantisch magnetisch veld heeft – van wel zo’n anderhalve meter rondom – raakt mijn ‘blij ei’-frequentie alles en iedereen in mijn nabijheid en geeft zo hopelijk steeds een sprankje van mijn vreugde door.

Door je bewust te zijn van het effect dat je eigen gemoedstoestand dus niet alleen op jezelf, maar ook op anderen heeft, kun je actief bijdragen aan een wereld waar het fijn vertoeven is. Ik bouw graag mee aan een wereld waar mensen zich op hun gemak en ontspannen voelen, zich vrij voelen om te zijn wie ze zijn. Aan een wereld waar mensen de ruimte krijgen om hun talenten te ontplooien en in vrijheid te leven. Waar mensen keuzes maken omdat die passen bij wat hen Joy brengt. Is dat makkelijk? Ja en nee. Het vereist bewust blijven van je eigen gedachten en emoties en bewust kiezen voor de weg omhoog. Het vereist de stop-knop leren indrukken wanneer je weer lekker zit te mopperen en mokken op alles en iedereen dat/die niet leuk meedoet. Het vereist het nemen van de tijd om echt te registreren wat mooi, goed, liefdevol en waardevol is wanneer angst aan het roer gaat zitten. Maar het goede nieuws is: we can do this! Laten we weer blij zijn, optimistisch zijn, vol vertrouwen zijn, creatief zijn, daadkrachtig zijn. Laten we weer verantwoordelijkheid nemen voor ons eigen geluk, onze eigen gezondheid en ons eigen leven. Laten we stralen en kleine vonkjes wegschieten. Net zo lang tot iedereen zo zonnig straalt dat ie geel ziet en blij in zijn eigen eiwit zit te trillen!

Foto door Polina Tankilevitch op Pexels.com

P.S.1: misschien hadden ze het bij dit liedje stiekem heel goed begrepen 😉

P.S.2: Al kan ik me voorstellen dat het volgende nummer iets meer aanspreekt…

Rozengeur en heel veel maneschijn…

Op verschillende forums, facebookpagina´s en andere sites waar hondenliefhebbers zich ophouden (en dat laatste heel letterlijk, kom ik zo op terug), wordt veelvuldig de loftrompet gestoken over de vermeende overheerlijke geur die je puppy aan je huishouden toevoegt. Nou, dat is nog eens desinformatie van de bovenste plank! Of van alle planken als je het mij vraagt. Mijn luchtreiniger is het hartgrondig met me eens; hoe verder de dag vordert, hoe vaker puppy buiten geweest is en hoe verontwaardigder Winix van blauw naar oranje en – in heel ernstige gevallen – rood kleurt. Ik moet toegeven dat elk nadeel z’n voordeel heb, want een virusdeeltje zul je hier niet meer aantreffen!

Puppy’s ruiken dus gewoon niet lekker. Punt. Ze lopen door hun eigen pies, door alle stronthopen waar ze maar bij kunnen komen en doen niets liever dan je wijzen op de meest smerige dingen die maar op straat kunnen liggen. Een grote ranzige bende is het in alle groenstroken, langs richeltjes in de bestrating, rond bomen, in bladerhopen, op het strandje waar we aankomende zomer weer onze handdoekjes uitspreiden en ook gewoon midden op de stoep. Hopelijk is het in Amsterdam op dat front inmiddels een stuk beter te doen. Ik ben er wel klaar mee; poep van pootjes en bekje moeten wassen, om over mijn eigen handen nog maar niet te spreken; die was ik sinds een week of zes met een hartgrondigheid waarvan ik niet wist dat ik ‘m bezat. Schijnt overigens ook een (discutabel) voordeel aan vast te kleven.

Ondanks de zoönosen die aan mijn mormeltje vastkleven (vast een goede booster voor mijn immuunsysteem) en de ik-weet-niet-hoe-ik-het-moet-omschrijven-weeïge geur van brokjes die uit al haar poriën dampt, stroomt mijn hart over bij de aanblik van haar slapende lijfje op mijn schoot. Een neusje dat zachtjes trilt, twee pootjes over mijn linkerarm gedrapeerd en steeds meer krulletjes die haar ware poedel-aard onthullen. Ik wou dat ik zo intens ontspannen en snel in slaap kon vallen. Althans, vooral in slaap kon blijven. Want net zoals ik en dochterlief niet in algemene standaarden en hokjes passen, wijkt puppy-lief natuurlijk ook af van de norm. Voorlopig zal ik nog vele prachtige maanfasen mogen aanschouwen, wat nachtelijke uurtjes het internet afstruinen op zoek naar lotgenoten van de kwelling ‘ik weet wel hoe je een pup snel ’s nachts zindelijk krijgt, maar die van mij doet niet leuk mee’ en dus overdag stiekem mijn bed nog even induiken als niemand kijkt. Welterusten!

Q & Q

Waar je normaal gesproken wellicht wat langer zou moeten nadenken over woorden met een Q, is in de huidige tijd helaas nog geen seconde denktijd nodig. Maar, dat pad ga ik niet op. Wordt al genoeg over geschreven & gesproken. Word ik niet vrolijk van, geeft geen Joy, om met Lou Niestad te spreken. En heel eerlijk, het eerste dat bij mij altijd opkomt als ik aan de Q denk, is de tune van de jaren ’70-serie Q & Q: Quuhuhu, Q en Q! Veel verder dan die in mijn brein vastgeroeste deun gaat mijn herinnering niet en dus zit er niets anders op dan – tussen puppy-opvoedperikelen door (zo, dat is nog eens topsport!) en tijdens de zo gewenste puppy-slaapjes – in de archieven te duiken.

Van het lezen van de Wiki-pagina en het scrollen door oneindige rijen foto’s gaan er niet direct lampjes branden. De serie kwam in 1974 voor het eerst op tv, in 1976 gevolgd door deel twee. Die beide kan ik onmogelijk gezien hebben (bouwjaar ’75), maar ik weet zeker dat ik afleveringen gezien heb. Ik heb actieve herinneringen aan mezelf op de oude, bruine, zachte bank van mijn ouders en voel een vaag gevoel van spanning in mijn onderbuik als ik die herinnering oproep. Het enige beeld dat bovendrijft is van een veld, twee jongens op de rug gezien, en een hek. Maar dat kan evengoed ingegeven zijn door de afbeeldingen die ik zojuist heb langs zien komen. De hersens laten zich makkelijk foppen en wat inprenten.

Ik nestel me op de bank, thee, telefoon, afstandsbediening en puppy binnen handbereik. Youtube mag mijn ingedutte brein verder helpen. Het vergt wat van mijn aanpassingsvermogen om me over te geven aan het tempo van mijn eerste levensjaren. Ogenschijnlijk veel geneuzel leidt me af van het verhaal waarnaar ik op zoek ben. Waar is de actie? Wat gaat er gebeuren? Wie lost het op? Wanneer kan ik weer verder? Maar rond de tweeëntwintigste minuut van aflevering één zit ik er helemaal in. Mijn racemotor is ingeruild voor een dieseltje en een weldadige rust zakt vanuit mijn hoofd naar mijn tenen, daarbij elk lichaamsdeel mee ontspannend.

Nog 12 x 24 minuten mag ik toeschouwer zijn van een verhaal dat zich langzaam ontvouwt. En daarna nog 13 x 24 minuten voor deel 2! Een beetje bingewatcher heeft al snel bedacht dat het dan tegen het einde van de week wel weer tijd is voor de volgende verslaving. Maar dat gaan we dus mooi niet doen! Wie is de mol? begint namelijk pas op 1 januari…. Wie zin heeft in een rekensom, mag mij vertellen hoeveel afleveringen er tot die tijd per dag doorheen gejaagd mogen ;-).