Wisdom

Everything happens for a reason. That reason might not always be clear instantly, but with time often comes the answer. For instance this blog; the W was waiting patiently for me to find my topic ánd the right song matching the topic. At waking up yesterday, the perfect song was playing in my head, leaving a big smile on my face; after last weeks retreat the words just came to mind, no thinking, fretting, wondering or brooding necessary! This example might seem to be a very, very simple thing and not comparible to a depression, desease, loss or other dismay, but it works the same though.

It’s all about wisdom and learning to recognize the wisdom within you. With your head you can acquire lots of knowledge, your brain helps you understand certain principles, but when it comes down to really knowing, the answers are found in your heart. The English speaking people already knew that when they designed their language; when you really have to be able to recall certain knowledge, to really know, they say that you learn something by heart. It makes me wonder why we then, the Dutch speaking people, say we learn something from the head…

In this day and age most of us haven’t learned that wisdom stems from the heart. We learn that science has all the answers and if something isn’t proven scientifically, it doesn’t exist. We’re also told that wisdom is something that comes with age. And however that may be true at some level – it takes a lot of us a few decades into life to uravel the mystery of their being – pure wisdom is what you are born with; it is the wisdom of the heart.

If you work with young children or have them in your family, you know that a four year old is already a very complete and wise human being. Children are able to express their feelings, their needs, their thoughts from an intuitive source. They just start singing the song that comes to mind, just like the boy in my Kindergarten group many years ago that sang to his class about his kitten and it’s adventures. Or like the girl that fell asleep in the doll’s area, tired as she was of all the new impressions, not for one bit ashamed or hesitant to just lay down.

Last week I’ve seen a lot of people finding and expressing their wisdom. They dared to let their guard down, to just express what they needed, to let other people comfort, caress and love them. To feel what was inside, holding them back for years, making them ill or lonely. Wisdom is not only for the old, grey man on the mountain. It takes some courage, but if you are able to open your heart, really open it and let love overflow and take hold of you, you’ll find all wisdom you need is inside you already.

Wisdom therefore to me isn’t about knowledge of some scientific invention, it is not about knowing many languages or reading many books (although I’ll never stop reading…;-)). It is not about needing to know your purpose. It is about knowing who you are and what you need. It is about feeling it. It is about learning to express your needs, being in touch with them and creating the safest space possible for you.

So instead of asking your partner, mother, friend, father, child or colleague to love you more, start with loving yourself just a little bit more each day. I’ll do the same; I’ll love me just a little bit more.

Verlichting

Jaren geleden, tijdens een Pinksterkampeertripje, hoorde ik voor het eerst van Reiki. Niet in een naar wierook geurende praktijk waar je je vaak direct in Oosterse sferen waant, maar gewoon, simpel op het Hollandse platteland. Op Texel welteverstaan, bij de boer waar we kampeerden. Mijn moeder onderging er een behandeling, maar mijn puberbrein was – jammer genoeg vind ik nu, en tegelijkertijd zeer begrijpelijk als je ook maar iets van pubers weet – totaal niet geïnteresseerd in wat Reiki inhield. Ik had dus geen idee. En zelfs na het lezen van diverse jaargangen Happinez, luisteren naar podcasts, het ondergaan van een behandeling én het geven van mijn eerste eigen sessie, kon ik de essentie nog niet plaatsen. Tot een avond kort geleden.

Tijdens de terugkomavond van mijn allereerste Reiki-cursus, mag ik door het oneven aantal in de groep oefenen op de Reiki meester. Hoewel ik daar een beetje van schrik, kan ik onmogelijk zeggen dat dit totaal onverwacht is, want de nacht ervoor heb ik er levensecht over gedroomd. Toch voelt het ongemakkelijk, begint mijn brein tegen te sputteren en alle mogelijke dwarsbomen op te werpen en denk ik vooral ‘wat als er niks gebeurt…’. Ik weet deze gedachten van me af te schudden, probeer zo goed mogelijk in mijn lichaam te zakken en laat me door de verschillende stappen heen loodsen. Onder mijn handen voel ik mijn ‘oefenpersoon’ ontspannen, wat alvast één duwtje richting zelfvertrouwen is en bij elk belletje dat een volgende positie aankondigt, zit ik er beter in. Ik probeer zo goed mogelijk te voelen wat er tussen mijn handen te ervaren is. Voel ik een grens tot waar ik mag gaan? Voel ik de energie stromen en hoe voelt dat dan eigenlijk? Door de volledige focus op mijn handen, verdwijnt de gedachtestroom naar de achtergrond en begin ik te ervaren. Tintelende handpalmen, als zachte elvenvoetjes die er een dansje op doen. Een energieveld als een golvende zeepbel tussen mijn hand en het lichaam voor mij. Een magnetische druk die duidelijk maakt waar mijn handen moeten zijn. Het is magisch…

Terwijl we napraten over hoe we het beiden ervaren hebben, hoor ik hoe er verlichting werd ervaren tijdens het aanraken van het keelchakra en het hartchakra, ofwel het vierde en vijfde chakra. Deze chakra’s staan voor je creatieve identiteit, het jezelf uiten en je sociale identiteit. Alle zeven chakra’s in je lichaam vertegenwoordigen zo een aspect van het leven. Middels Reiki kun je de energiestroom die door de chakra’s gaat ten gunste beïnvloeden en blokkades die er ervaren worden wegnemen. Zo kun je een divers scala aan klachten verlichten, dan wel helemaal wegnemen.

Als je de verschillende definities van het woord verlichting naast elkaar zet, zijn er veel overeenkomsten en passen ze naadloos bij elkaar. Het verlichten van de duisternis bijvoorbeeld; zowel in heel letterlijke zin door een lampje aan te steken, als in mystieke zin (hereniging met het goddelijke) en rationele zin (verlossing van bijgeloof en onwetendheid). Het verlichten en daarmee minder zwaar maken van lasten, klachten, druk, pijn, ongemak. Of zoals Neal Donald Walsh het mooi zegt:

`Verlichting is begrijpen dat je nergens naartoe hoeft, niets hoeft te doen en niemand hoeft te zijn, behalve de exacte persoon die je op dit moment bent`

Ik weet inmiddels vanuit theoretisch/wetenschappelijk oogpunt een beetje hoe energie werkt en hoe werken met energie dus inderdaad genezend kan werken. Toch blijft het iets ongrijpbaars (is het natuurlijk letterlijk ook) en ben ik dankbaar dat ik mag ervaren wat een prachtige tools wij als mens bezitten en wat een mooie dingen we daarmee mogen en kúnnen doen. En werkelijk iedereen kan het! Het zijn aangeboren vermogens waar je misschien met een zaklampje naar moet speuren om ze bij jezelf te vinden, maar knip dat lampje maar eens aan en ga op zoek…

Wil je ook een keer ervaren wat Reiki voor jou kan doen? Stuur me een bericht, dan maken we een afspraak!

Uitdaging

Ik heb van jongs af aan al een gekke, meestal niet bijzonder goed slagende gewoonte: ik knip mijn eigen pony. De eerste keer dat ik de schaar erbij pakte zal ik een jaar of vijftien geweest zijn. Mijn moeder was in het bezit van een echte kappersschaar, dus thuisknippen was een optie. Ik maakte mijn haar keurig nat, zoals de kapper dat ook altijd deed. Ik haalde de plukken die ik tot pony wilde omtoveren naar voren en hield ze lok voor lok tussen mijn vingers geklemd. De schaar knerpte er scherp doorheen en binnen no time was mijn nieuwe coupe geboren!

Ik had de haren keurig afgeknipt tot ze de bovenrand van mijn wenkbrauwen raakten. Tevreden keek ik mijn spiegelbeeld aan en haalde de föhn erbij om de pony te drogen. Een beetje bollen met de borstel, nog wat mousse en lak erin en voilà! Vol verwachting keek ik weer in de spiegel om mijn nieuwe zelf te bewonderen. Maar wat een afschuwelijk beeld gaapte mij aan; de pony die eerder nog zo perfect de kromming van mijn wenkbrauwen volgde, liep nu als een golf over het midden van mijn voorhoofd….

Als je dit soort fratsen als kleuter uithaalt, wordt er smakelijk om gelachen. Als puber doe je in zo’n situatie niets liever dan door de grond zakken. Of je een paar weken onder de dekens verstoppen, emigreren of een poosje onder een onzichtbaarheidsmantel rondlopen. Gelukkig beleefde ik mijn pubertijd eind jaren tachtig/begin negentig en de kuif was hipper dan hip! Haren touperen dan maar, bus lak erover en ik kon me weer vertonen.

Helaas voor mezelf heb ik dit bedroevende staaltje amateuristisch kappertje spelen nog meerdere keren herhaald. Het gezegde van die ezel en die steen daarmee flink om zeep helpend… Wonderlijk genoeg bleef dochterlief keurig zitten toen ik twee jaar geleden haar haren te lijf ging met de van nieuwheid blinkende schaar. De Youtube-filmpjes die op dat moment razend populair waren bij al die nieuwbakken thuiskappers, sloeg ik gemakshalve over. Uit de losse pols draaide ik wat lokken omhoog en zette ze vast met echte kappersklemmen. Laag voor laag ontdeed ik de prachtige bruine haren zo van hun dode punten. Qua lengte kon ik gelukkig een potje breken en doordat haar haar niet zo genadeloos steil is als het mijne, kon ook de waterpas in de schuur blijven. Blijkbaar slaagde ik nu wel, want ik mocht blijven knippen. En ja, als het dan op een mensenkind best aardig slaagt, moet het op een hondenbaby toch zeker ook lukken?

Die uitdaging ben ik maar niet aangegaan. Dit droppie gaat keurig naar de hondenkapper voor een sjiek-de-friemel nieuw kapsel. Alhoewel, als ik heel eerlijk ben, ging er aan de eerste trimbeurt tóch een klein experimentje met mijn eigen schaartje aan vooraf… Het wordt hoog tijd voor wat meer passende uitdagingen!

True Colors

Zo’n drie jaar geleden ging ik als een verzopen katje zitten in het warme, knusse café van Kunsthal KAdE in Amersfoort. Het was een grauwe, gure, grijze dag en de wind en regen joegen door regenjassen heen en onder paraplu´s door. Bitterkoud en wat was ik blij toen we na ons wandelingetje vanaf het station het museum bereikten. Dochterlief leverde ik net zo verzopen maar opgetogen af bij een college vanuit Museum Jeugd Universiteit (Yeah, Kunst = Leren = Input = blij brein), waarna mij een heel uur in mijn eentje gegeven was. Wat een kado…

De behaaglijkheid van een verwarmde ruimte viel als een zachte deken om me heen, al overweldigde het gekakel in het café me wel. Maar, even diep ademhalen, schouders ontspannen en een tafeltje in een hoekje maakten dat ik intens genoot van mijn kop thee en schaal met nootjes, olijven en ander lekkers.

Foto door Ron Lach op Pexels.com

Mijn voornemen was nu eens echt tijd te nemen om te gaan schrijven en dus haalde ik mijn nieuwe, nog ongeopende notitieboekje uit mijn tas en bracht er een alfabet in aan. Om de zoveel pagina’s een nieuwe letter, waar ik dan vervolgens naar hartenlust kon brainstormen, krassen en strepen, mindmappen en echte stukjes schrijven. Braaf begon ik bij de A en probeerde bijpassende titels van liedjes uit de krochten van mijn geheugen op te diepen. Op zich niet zo moeilijk, maar Ademnood of Alle duiven op de dam waren niet de invalshoeken waar ik op door wilde associëren.

Terwijl ik voelde dat ik vastliep en het enthousiasme uit elke vezel van mijn lijf weggleed, keek ik het café rond en nam de mensen in me op. Ik zag een keur aan verschillen. Verschillen in uiterlijk, in karakter, in gedrag, in stemgeluid, in eet- en drinkvoorkeuren. Mannen, vrouwen, jong, oud. Waarschijnlijk niet een heel representatieve weergave van de samenleving, maar divers genoeg om me iets te laten zien. Om dat ‘iets’ wat helderder op de voorgrond van mijn gedachten te brengen, klonk ineens True Colors in de uitvoering van Eva Cassidy door de ruimte. Een lied dat ik natuurlijk al honderden keren had gehoord, maar ik denk dat ik nog nooit echt goed naar de tekst had geluisterd. Dat lukte nu natuurlijk ook niet – teveel gepraat, te weinig zitplekken en dus onbekenden aan mijn tafeltje erbij – maar bij de T krabbelde ik snel de titel van dit indringende lied.

Terwijl ik mijn telefoon tevoorschijn haalde om de songtekst op te zoeken, wisselde het onbekende gezelschap aan mijn tafel. Twee oudere dames maakten plaats voor een vrouw van mijn leeftijd. Ik had haar bij het wegbrengen van dochterlief ook al even gespot, dus ik wist dat ze waarschijnlijk net zo lang als ik aan dit tafeltje zou blijven zitten. Mijn poging om het te laten lijken of ik echt heel druk aan het schrijven was, strandde jammerlijk. Waarschijnlijk verraadde mijn eigen aura mijn nieuwsgierigheid naar wie er bij me neer was gestreken en anders was het wel haar onrustige heen en weer geschuif dat me haar kant op deed kijken. Dat was blijkbaar precies wat ze nodig had (en ik misschien ook wel). Binnen no time hadden we een gesprek over het opvoeden van onze hoogbegaafde, hooggevoelige kinderen. Geen sinecure, toen niet, nu niet, nooit niet.

Foto door Sharon McCutcheon op Pexels.com

Aangezien ik – as we speak – om mijn eigen hete brij, mijn eigen True Colors, aan het heen draaien ben – de mooie, zachte, lichte, sprankelende aankijkend en aan de wereld tonend, de felle, pittige, confronterende, rebellerende slechts een glimpje daglicht gunnend – vlucht ik even naar haar website, waarvan ze het adres destijds achterin mijn notitieboekje schreef. Een glimlach kruipt vanuit mijn gefrustreerde onderbuik naar boven. Serendipiteit is nooit ver weg. Wetend dat ik nu even nodig heb wat daar voor mijn neus op het scherm staat, neem ik de volgende zin goed in me op:

“Veelal is het gedrag wat er gezien wordt een uiting van een onvervulde behoefte waar het kind geen uiting aan kan geven. … Wat heeft het kind nodig om weer te kunnen groeien, zichzelf te uiten en vooral zichzelf te kunnen zijn in contact met de samenleving?”

En ook al zit mijn frustratie nu niet per se op het opvoedvlak, de woorden helpen me toch om weer met een andere blik naar mijn allerliefste puber te kijken en meer rust en gezelligheid in de tent te brengen. Maar, denk ik bij mezelf, bovenstaande gaat niet alleen op voor kinderen. Welke behoeften liggen er onder mijn gedrag, onder mijn frustraties? Wat heb ik eigenlijk nodig om volledig mezelf te zijn? Je ware kleuren ((h)er)kennen, ze in hun volledige pracht kunnen en durven aanschouwen is soms een parcours vol hobbels en mooie vergezichten. Het is de geijkte ‘midlife crisis’ die veel mensen op hun pad treffen. Voor hoogbegaafden geldt dit nog eens extra aangezien ze zo weinig spiegeltjes in hun leven tegen komen. Gelukkig komen er zo nu en dan als uit het niks van die prachtige spiegels op mijn pad. Ik ben ze intens dankbaar. Mijn kleuren worden feller, hun betekenis duidelijker. Ze aan de buitenwereld tonen doe ik stap voor stap.

Sparks of Joy!

Mijn grootste en belangrijkste voornemen voor dit jaar (en eigenlijk voor alle jaren die nog volgen) is om het goede te zien. In elke situatie, of die nou van zichzelf al als heel leuk, fantastisch, mooi of geweldig bestempeld wordt, of dat het een toestand betreft waarvan anderen blij zijn dat het hen niet betreft. In elk mens, of ik die nou toch al aardig en lief vind, of dat het iemand betreft met wie ik het nergens over eens kan zijn (wat elkaar overigens niet per se helemaal uitsluit…). In elke plek, of die nou door haar schoonheid een van de meest gekiekte plekjes ter wereld is, of zo troosteloos dat je er nog niet dood gevonden wilt worden. In alles en iedereen zit goedheid. Mooiheid, liefde, aandacht.

Foto door Eva Elijas op Pexels.com

Aangezien een tweede voornemen is om me minder bezig te houden met de grote boze wereld met zijn malle fratsen, speelt mijn lichtpuntjes-zoektocht zich vooral af op een vierkante kilometer. Soms iets meer, want het waanzinnige uitzicht vanuit mijn woonkamer (algauw goed voor een dikke 10+!) biedt me een schat van zo’n tien vierkante kilometer aan water, watervogels, vogels in de lucht, lichtjes aan de overkant, boten, wandelaars, fietsers, honden, kinderpret en Picnic-wagentjes. Die laatsten brengen ontzettend veel Joy! De koddige karretjes hobbelen de straat door, gevuld met rode kratjes en blozende chauffeurs. Telkens als zo’n speelgoedwagentje een bocht doorkomt, wacht ik met ingehouden adem af of hij overeind blijft. Als ik mijn dankbaarheid weer uitadem, kijk ik hem vertederd na.

Door elke dag stil te staan bij wat er nou eigenlijk allemaal goed is in mijn leven, breng ik steeds meer tijd door in een staat van dankbaarheid, blijheid en ‘Joy‘. De dartele, spelende eekhoorntjes op zondagochtend in het park, een hondenneusje vol met zand na een dolle racepartij op het strand, zelfgemaakte warme chocolademelk en homemade pizza op de bank, oude seizoenen van Wie is de mol?, mijn dochters (ja, één menselijk en één dierlijk, ik weet het, maar dat boeit niet want opvoeden is ouderschap en dus ben ik toch echt twee keer moeder) samen slapend op de bank; dat alles vult mijn hart met zo’n vreugde dat ik er continu uit kan tappen als uit een oneindige waterbron. Dat is in eerste instantie fijn voor mezelf; door vaker en langer op een hoge frequentiegolf te verblijven, raken mijn hart en hersens in een coherentere staat en kunnen ze simpelweg hun werk beter doen. En daarmee verbeteren o.a. mijn humeur en mijn gezondheid. Maar dit effect straalt ook uit naar anderen; doordat het hart een gigantisch magnetisch veld heeft – van wel zo’n anderhalve meter rondom – raakt mijn ‘blij ei’-frequentie alles en iedereen in mijn nabijheid en geeft zo hopelijk steeds een sprankje van mijn vreugde door.

Door je bewust te zijn van het effect dat je eigen gemoedstoestand dus niet alleen op jezelf, maar ook op anderen heeft, kun je actief bijdragen aan een wereld waar het fijn vertoeven is. Ik bouw graag mee aan een wereld waar mensen zich op hun gemak en ontspannen voelen, zich vrij voelen om te zijn wie ze zijn. Aan een wereld waar mensen de ruimte krijgen om hun talenten te ontplooien en in vrijheid te leven. Waar mensen keuzes maken omdat die passen bij wat hen Joy brengt. Is dat makkelijk? Ja en nee. Het vereist bewust blijven van je eigen gedachten en emoties en bewust kiezen voor de weg omhoog. Het vereist de stop-knop leren indrukken wanneer je weer lekker zit te mopperen en mokken op alles en iedereen dat/die niet leuk meedoet. Het vereist het nemen van de tijd om echt te registreren wat mooi, goed, liefdevol en waardevol is wanneer angst aan het roer gaat zitten. Maar het goede nieuws is: we can do this! Laten we weer blij zijn, optimistisch zijn, vol vertrouwen zijn, creatief zijn, daadkrachtig zijn. Laten we weer verantwoordelijkheid nemen voor ons eigen geluk, onze eigen gezondheid en ons eigen leven. Laten we stralen en kleine vonkjes wegschieten. Net zo lang tot iedereen zo zonnig straalt dat ie geel ziet en blij in zijn eigen eiwit zit te trillen!

Foto door Polina Tankilevitch op Pexels.com

P.S.1: misschien hadden ze het bij dit liedje stiekem heel goed begrepen 😉

P.S.2: Al kan ik me voorstellen dat het volgende nummer iets meer aanspreekt…

Rozengeur en heel veel maneschijn…

Op verschillende forums, facebookpagina´s en andere sites waar hondenliefhebbers zich ophouden (en dat laatste heel letterlijk, kom ik zo op terug), wordt veelvuldig de loftrompet gestoken over de vermeende overheerlijke geur die je puppy aan je huishouden toevoegt. Nou, dat is nog eens desinformatie van de bovenste plank! Of van alle planken als je het mij vraagt. Mijn luchtreiniger is het hartgrondig met me eens; hoe verder de dag vordert, hoe vaker puppy buiten geweest is en hoe verontwaardigder Winix van blauw naar oranje en – in heel ernstige gevallen – rood kleurt. Ik moet toegeven dat elk nadeel z’n voordeel heb, want een virusdeeltje zul je hier niet meer aantreffen!

Puppy’s ruiken dus gewoon niet lekker. Punt. Ze lopen door hun eigen pies, door alle stronthopen waar ze maar bij kunnen komen en doen niets liever dan je wijzen op de meest smerige dingen die maar op straat kunnen liggen. Een grote ranzige bende is het in alle groenstroken, langs richeltjes in de bestrating, rond bomen, in bladerhopen, op het strandje waar we aankomende zomer weer onze handdoekjes uitspreiden en ook gewoon midden op de stoep. Hopelijk is het in Amsterdam op dat front inmiddels een stuk beter te doen. Ik ben er wel klaar mee; poep van pootjes en bekje moeten wassen, om over mijn eigen handen nog maar niet te spreken; die was ik sinds een week of zes met een hartgrondigheid waarvan ik niet wist dat ik ‘m bezat. Schijnt overigens ook een (discutabel) voordeel aan vast te kleven.

Ondanks de zoönosen die aan mijn mormeltje vastkleven (vast een goede booster voor mijn immuunsysteem) en de ik-weet-niet-hoe-ik-het-moet-omschrijven-weeïge geur van brokjes die uit al haar poriën dampt, stroomt mijn hart over bij de aanblik van haar slapende lijfje op mijn schoot. Een neusje dat zachtjes trilt, twee pootjes over mijn linkerarm gedrapeerd en steeds meer krulletjes die haar ware poedel-aard onthullen. Ik wou dat ik zo intens ontspannen en snel in slaap kon vallen. Althans, vooral in slaap kon blijven. Want net zoals ik en dochterlief niet in algemene standaarden en hokjes passen, wijkt puppy-lief natuurlijk ook af van de norm. Voorlopig zal ik nog vele prachtige maanfasen mogen aanschouwen, wat nachtelijke uurtjes het internet afstruinen op zoek naar lotgenoten van de kwelling ‘ik weet wel hoe je een pup snel ’s nachts zindelijk krijgt, maar die van mij doet niet leuk mee’ en dus overdag stiekem mijn bed nog even induiken als niemand kijkt. Welterusten!

Q & Q

Waar je normaal gesproken wellicht wat langer zou moeten nadenken over woorden met een Q, is in de huidige tijd helaas nog geen seconde denktijd nodig. Maar, dat pad ga ik niet op. Wordt al genoeg over geschreven & gesproken. Word ik niet vrolijk van, geeft geen Joy, om met Lou Niestad te spreken. En heel eerlijk, het eerste dat bij mij altijd opkomt als ik aan de Q denk, is de tune van de jaren ’70-serie Q & Q: Quuhuhu, Q en Q! Veel verder dan die in mijn brein vastgeroeste deun gaat mijn herinnering niet en dus zit er niets anders op dan – tussen puppy-opvoedperikelen door (zo, dat is nog eens topsport!) en tijdens de zo gewenste puppy-slaapjes – in de archieven te duiken.

Van het lezen van de Wiki-pagina en het scrollen door oneindige rijen foto’s gaan er niet direct lampjes branden. De serie kwam in 1974 voor het eerst op tv, in 1976 gevolgd door deel twee. Die beide kan ik onmogelijk gezien hebben (bouwjaar ’75), maar ik weet zeker dat ik afleveringen gezien heb. Ik heb actieve herinneringen aan mezelf op de oude, bruine, zachte bank van mijn ouders en voel een vaag gevoel van spanning in mijn onderbuik als ik die herinnering oproep. Het enige beeld dat bovendrijft is van een veld, twee jongens op de rug gezien, en een hek. Maar dat kan evengoed ingegeven zijn door de afbeeldingen die ik zojuist heb langs zien komen. De hersens laten zich makkelijk foppen en wat inprenten.

Ik nestel me op de bank, thee, telefoon, afstandsbediening en puppy binnen handbereik. Youtube mag mijn ingedutte brein verder helpen. Het vergt wat van mijn aanpassingsvermogen om me over te geven aan het tempo van mijn eerste levensjaren. Ogenschijnlijk veel geneuzel leidt me af van het verhaal waarnaar ik op zoek ben. Waar is de actie? Wat gaat er gebeuren? Wie lost het op? Wanneer kan ik weer verder? Maar rond de tweeëntwintigste minuut van aflevering één zit ik er helemaal in. Mijn racemotor is ingeruild voor een dieseltje en een weldadige rust zakt vanuit mijn hoofd naar mijn tenen, daarbij elk lichaamsdeel mee ontspannend.

Nog 12 x 24 minuten mag ik toeschouwer zijn van een verhaal dat zich langzaam ontvouwt. En daarna nog 13 x 24 minuten voor deel 2! Een beetje bingewatcher heeft al snel bedacht dat het dan tegen het einde van de week wel weer tijd is voor de volgende verslaving. Maar dat gaan we dus mooi niet doen! Wie is de mol? begint namelijk pas op 1 januari…. Wie zin heeft in een rekensom, mag mij vertellen hoeveel afleveringen er tot die tijd per dag doorheen gejaagd mogen ;-).

Puppy love

Het is zaterdagochtend, kwart voor zeven. De wereld buiten drupt in stilte nog wat na. Een regendruppel raakt mijn wang en zakt langs mijn mond af richting mijn kin. Het puntje van mijn tong pikt een licht zoute smaak op. In verwondering kijk ik naar boven. Ik speur de hemel af op zoek naar de bron van deze traan. Welk verdriet raakt mij hier? Wie of wat heeft er troost nodig? Maar voorbij de waas van straatverlichting en kerstlampjes huist enkel het donker. Een rukje aan mijn arm haalt mijn gedachten direct naar beneden, naar de grond, naar de aarde. Terug in het hier en nu, waar een klein zwart bolletje wol driftig door de blaadjes om de boom scharrelt.

Geen tijd voor vertwijfeling, gepieker of zorgen. Enkel het nu is wat er is. Het nu waarin het eerste poepje en piesje van de dag een feit zijn, waarin ik overladen word door natte kusjes en pootjes. Het nu waarin een gestolen slof en het slapen op schoot de hoogste prioriteit hebben. Het nu waarin ik observeer en de signalen van mijn dreumes probeer te interpreteren. Het nu waarin een kop thee een weldadige warmte door mijn lichaam verspreidt. Het nu van nu.

In datzelfde nu blik ik terug op de avond ervoor. Een avond vol warmte, humor, liefde, vriendschap, gezang, harmonie, uitwisseling, verwondering, oprechte aandacht, genieten, stilte, delen, ontspanning, overgave, oude bekenden, nieuwe gezichten, fijne vooruitzichten. En terwijl ik het gelukzalige nu nog wat extra voed met de fijne herinneringen aan gisteravond, komt een gedicht van Kees Hermis boven drijven:

Vergeet je niet te leven
dacht ik laatst
de tijd hield stil
een adempauze even

en als je nu eens zonder haast
buiten de tijd om wil
slagbomen neergelaten
dolgedraaide wijzerplaten

onder je door of langs je heen
ze laat voor wat ze zijn en dan
meer lucht en ogen van

het goede aardse zien
een beetje ruimte worden en misschien
iets meer gericht alleen

Dit is mijn wens voor het nu.

https://m.youtube.com/watch?v=qj7p6SzKv_g

Oh, kom er eens kijken…!

Op het dak van het schuurtje van de buren strijken twee eksters neer met een fantastisch feestmaal; een half stokbrood! Samen hebben ze het gevaarte – toch al snel hun eigen totale lengte – op het dak gehesen. Begeleid door hun kenmerkende schorre gekras dartelen ze er vrolijk omheen. Ze laten elkaar geduldig om beurten een stukje korst afpikken, waarna de gelukkige een stukje verderop zijn hapje oppeuzelt. De ander trippelt uitgelaten op het verse brood af om zijn deel soldaat te maken. Ze gaan volledig op in het genieten van hun buit, het is een prachtig en aandoenlijk gezicht.

Wat ze echter even zijn vergeten, is dat ze niet de enigen zijn met vleugels en hun feestje dreigt dan ook binnen korte tijd in het water te vallen. In de sierpeer is een familie mussen neergestreken en ook wat merels melden zich. Maar net zo snel als ze daar aankwamen, vliegen ze weer op; een grote kraai neemt dreigend plaats op een hogere, dikke tak in de wilg. Hij wacht nog even en lijkt stiekem te genieten van zijn eigen dreiging. Hij deint wat op en neer, maar vindt het al snel wel welletjes. Statig daalt hij af naar het dakje en met een korte beweging van zijn kop jaagt hij de eksters de kastanjeboom in. Vanuit het nest dat het koppel daar dit voorjaar bouwde, kijken ze toe hoe hun ontbijt verdwijnt. Hadden ze hun geluk maar niet zo hard van de daken geschreeuwd….

Foto door shravan khare op Pexels.com

Ik persoonlijk vind het juist helemaal niet erg als ik mensen nieuwsgierig maak naar het eten dat ik kook of de baksels die hier uit de oven komen. Als kind al bakte ik het liefst wekelijks appeltaarten en struinde ik met een vriendinnetje de markt af op jacht naar stroopwafelkruimels. Tijdens mijn uitgeverij-jaren vond ik het werken aan kookboeken een van de leukste klussen om vervolgens thuis van alles en nog wat uit die boeken uit te proberen. Vooral zoet; hemelse modder, bitterkoekjes met witte chocoladesaus, meringue, zelfgemaakte bonbons, chocolade fondue…. Dat zoet vooral heel erg lekker is, maar op de manier zoals ik die tot me nam niet zo heel erg gezond, werd me wel duidelijk door de dieetboeken waar ik ook aan meewerkte. Onder andere een boek over het Okinawa-dieet plantte bij mij een zaadje. In de jaren die volgden ben ik me steeds meer gaan verdiepen in wat nou echt gezond eten is én hoe je dan toch nog taartjes, toetjes, koekjes en heerlijke broodjes kunt blijven eten.

Inmiddels is de eerste bron die ik raadpleeg als ik behoefte heb aan een lekker, voedzaam én zoet recept het boek Gezond bakken van Amber Albarda. Aangezien het in deze tijd van het jaar een behoorlijke uitdaging is om niet te zwichten voor alles dat er in de schappen van de supermarkt ligt (spoiler: 80% ongezond), ben ik blij dat ik elk jaar weer terug kan vallen op een heerlijk recept voor kruidnoten! Voor wie liever lui dan moe is; wees welkom om ze hier te komen proeven! Voor wie wel graag in de keuken staat, voor een druilerige middag een activiteit zoekt of nu ook eens een ander pad in wil slaan dan het ge-eikte supermarktpad, bij deze het recept! Dus, bakkers klaar?

Tips:

  • Gebruik amandelmeel ipv zelf te malen. Eet je geen noten of houd je niet van amandelmeel? Vervangen kan door boekweitmeel, rijstmeel, havermeel, bakbananenmeel of bijvoorbeeld tijgernotenmeel. De verhoudingen liggen dan wel iets anders; meestal heb je dan iets meer ander meel nodig en soms ook wat meer vet. Gewoon experimenteren en uitproberen!
  • Heb je geen medjouldadels maar gedroogde? Neem dan ca. 1,5 keer de hoeveelheid en laat ze even weken in water.
  • Wil je het recept volledig glutenvrij maken? Vervang dan ook het speltmeel door bijvoorbeeld boekweitmeel, rijstmeel, havermeel of bakbananenmeel.
  • Let op: als je bakbananenmeel gebruikt, heb je juist minder nodig! Voor 100 gram van een andere meelsoort heb je slechts 60 gram bananenmeel nodig.
  • Tip: bij Holland & Barret kun je al deze meelsoorten krijgen, maar ook bij de meeste supermarkten vind je inmiddels boekweit- en bananenmeel.
  • Ongeduldig? Bak dan gewoon meteen!

Nostalgie

Het was zo’n avond waarop de televisie uitbleef, de telefoons achteloos ergens op een tafeltje, kast of op het aanrecht achter waren gelaten. Het was stil in huis, de klok tikte wat en af en toe zwol van buiten het gegak van de ganzen aan. Het licht boven de tafel brandde gemoedelijk en op diezelfde tafel heerste een georganiseerde chaos. Papieren, lijm, kwastjes, potjes, dekseltjes, placemats lagen ontspannen op, over en door elkaar, niet gehinderd door de gebruikelijke opruimwoede van de vrouw des huizes. Het was zo’n avond die in een ander tempo verglijdt, zo’n avond waarop vanuit de stilte bespiegelingen en levensvragen luchtig opgeworpen kunnen worden. Sommige blijven wat boven de tafel hangen en vallen na verloop van tijd uiteen als een wolkje dat zijn vorm in de ruimte verliest. Andere worden als met een hengeltje uit het luchtruim gevist en vormen een eerste draadje voor een mooi gesprek.

Zo kwam het dat tussen het scheuren, smeren en plakken door ineens de volgende woorden vielen: ‘Laat de eenvoud voor zich spreken.’ Ik kon niet anders dan het beamen – want hoe heerlijk was deze avond, gevuld met stilte, met eenduidig en eenvoudig bezig zijn, met iets moois maken, met rust in de koppies en rust in het huis? Met samen zijn, genieten van een ouderwets knus avondje? Mijn gedachten waaierden alweer uit richting de kerstverhalen waarin meneer Bitterbal, het dorpje Knötelö en een kerstman op een knijpertje de hoofdrol spelen. Een warm gevoel strekte zich vanuit mijn onderbuik uit tot mijn hartstreek en ook in mijn hoofd gingen de sfeerlichtjes branden. De verwarring was dan ook enorm toen de woorden ‘ja, want een krentenbol met oude kaas is echt vies!’ mijn hersens raakten. Waar kwam die krentenbol opeens vandaan? En dan die oude kaas? Ik kon ´m bijna ruiken en vertrok alvast mijn neus in een grote rimpel. Met moeite trok ik me los van de verrukkelijke kerstnostalgie en keek vragend naar de overkant van de tafel.

´Mam, hoorde je eigenlijk wel wat ik zei? Het lijkt wel of je nu toch echt doof wordt!’ Ik trok mijn schouders op en golfde een quasi onschuldige verontschuldigende blik richting mijn dochter. Blijkbaar stond mijn ontvanger op een andere zender afgestemd. Nadat dochterlief haar krentenbollen-moet-je-nooit-met-oude-kaas-eten-betoog had afgerond, tunede ik weer in op een van mijn voorkeurszenders. Het was de zender van de Aha!-erlebnis. Want wat ik me ineens realiseerde was niks nieuws en zeker geen rocket science, maar wel een oorzaak van veel conflicten en misverstanden: in communicatie vergeten we heel vaak af te stemmen op de frequentie van de ander. We zenden vanuit ons eigen veld en verwachten dat de informatie bij de ander net zo aankomt als wij die bedoeld hebben. Maar als de ander op een andere frequentie is afgestemd of de ontvangst niet zo fantastisch is, is er al snel ruis op de zender, met alle onbegrip en gedoe van dien. Helemaal een janboel wordt het als de ander ook op zenden staat; dan hangt er van alles in de ether, maar wordt het door niemand gehoord.

Het is materie die door communicatiedeskundigen, teamleiders en allerlei andere adviseurs trouw in ontwikkeltrajecten wordt meegenomen. Nuttig? Vast. Maar wellicht is een avondje nostalgisch luisteren wel net zo effectief (en in elk geval véle malen leuker…).