Kustvisie

In mijn achtertuin woont een mussenfamilie. Vader onderscheidt zich duidelijk van vrouw en kroost door zijn grotere, plompere lijfje en donkerder aftekening op de vleugels. Genoeglijk laten de kleine musjes zich stukjes brood in hun kleine bekjes duwen, waarna ze vervolgens zelf de tegels en voegen afspeuren naar ieniemini kriebelbeestjes. Ook slurpen ze met hun minuscule snaveltjes elk waterdruppeltje dat ze maar kunnen vinden van de kuiltjes op de tegels. Een aandoenlijk gezicht, dat ik stiekem vanachter het keukenraam gadesla. Wanneer ik voorzichtig in de tuin ga zitten, vliegt de hele bende verschrikt op, kijkt vanaf de schutting naar het dreigende gevaar om en beslaat het nog hogerop te zoeken, de kastanjeboom in. Nu er niet veel meer te observeren is, laat ik me achterover zakken in mijn stoel. Mijn ogen vallen als vanzelf dicht; deels door de felle zon die achter de wolken vandaan piept, maar evengoed vanwege nog wat in te halen slaap.

Terwijl ik daar zo lig te soezen, hoor ik aan het zachte gekras van nageltjes op hout, dat de mussen terug zijn in de tuin. Ik open voorzichtig mijn ogen, bang om ze met een onverwachte of te bruuske beweging weer weg te jagen. Het gezin blijft wat op afstand; veilig op, onder en achter de grote tafel, klaar om zo de parelstruik in te duiken. Ik tel wel tien bruine vogellijfjes. Wat me echter niet lukt, is onderscheiden wie de net het nest ontgroeide kuikens zijn en welke exemplaren wellicht hun peuter- en kleutertijd aan het doormaken zijn. Ik realiseer me dat ik – behalve van eenden, zwanen en andere watervogels – eigenlijk nooit jonge vogeltjes zie. Zouden die net zo lang boven in het nest blijven tot ze volgroeid zijn en met pa en ma mee op reis kunnen?

Foto door daniyal ghanavati op Pexels.com

Het vraagstuk doet me denken aan een experiment waarover ik las in het boek Golven van geluk van Linda Dronkers. Het boek op zich is zonder meer een absolute aanrader, maar het experiment is er één waarover je niet snel ‘uitverbaasd’ bent. Het zogenaamde ‘twee spleten experiment‘ toont aan dat niets is wat het lijkt en dat tegelijkertijd alles mogelijk is. Alleen kun je dat niet waarnemen, want van pottenkijkers houdt de natuur niet. Zo dus ook de vogels, begrijp ik. In alle rust voeden ze hun kuikens op, tot die zich kunnen gedragen zoals de buitenwereld dat van ze verwacht.

In mijn nieuwe zelfverkozen rol als observant, wordt het steeds helderder dat we als mensen van aannames, verwachtingen en overtuigingen aan elkaar zitten. Ik heb inmiddels mijn plek in de achtertuin verruild voor het koele terras aan de waterzijde. Onttrokken aan het zicht door een heg die wel een snoeibeurt kan gebruiken, herbergt het strand deze middag slechts een enkele gast. Een groepje kinderen gaat op in hun spel, zich niet gewaar van hoe ver hun stemmen reiken. Ik luistervink even mee in hun wereld: ‘Kom mee, naar die klif! Houd je vast, ik red je, jihaaa!’ De schipbreukelingen verschijnen even later op de voorsteven van het houten speelschip, dat net boven het groen uitpiept. Een stel jongeren dat uitgelaten langsfietst, brengt me terug naar de realiteit. Een oude man die nergens bij lijkt te horen, schuifelt langs geparkeerde auto’s. Zijn Einstein-coupe danst om zijn hoofd, zijn bretels pareren de zwaartekracht die vat heeft gekregen op zijn oude mannen-pantalon.

Onder zijn rechterarm klemt de man twee handdoeken. Roze met wit. Hij is vast op weg naar zijn vrouw, terug naar de auto gestuurd om de droogdoeken te halen. Voetje voor voetje gaat hij voort, tussen de auto’s steeds een blik werpend op het strand beneden hem. Af en toe kijkt hij om. Onze blikken kruisen elkaar en we knikken elkaar beleefd toe. Als uithangbord voor mijn bijzondere woonplek, ben ik inmiddels gewend aan dit ritueel. Wanneer ik even wat langer naar de wolken staar, van die lekkere dikke vette wattenbollen, ben ik hem erna kwijt. Speurend tuur ik langs de strandopgang, waar een moeder haar kind probeert zandvrij op de fiets te krijgen. Dan zie ik hem weer, een stuk verderop. Hij loopt langs het water, blootsvoets. In elke hand een schoen. Van de handdoeken ontbreekt elk spoor.

Auteur:

Dromer, Talentbegeleider & Verbinder

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s